In vogelvlucht nemen wij u mee door de geschiedenis van het dorp Bodegraven.
Met een verleden van ongeveer tweeduizend jaar is dat niet zo'n makkelijke
opgave. Dus is er niet voor gekozen om alles over Bodegraven te vertellen, maar
de belangrijkste ontwikkelingen en gebeurtenissen voor het dorp. Als bron is
hiervoor gebruikt het boek 'Bodegraven's bont verleden door de bank genomen'
van de heer P.C. Beunder. Wilt u meer weten over het dorp, dan raden wij u dit
boek aan.
De Romeinse tijd
Wat nu het groene hart is, was in de Romeinse tijd een ondoordringbaar gebied
met veenplassen, bossen, waarvan alleen de rivierbeddingen geschikt waren voor
bewoning. Nog voor de jaartelling was de Oude Rijn een enorme rivier, die
jaarlijks veel water afvoerde, wat nu door de Rijn en de Maas stroomt. Vaak ook
met overstromingen en wisselingen in waterstanden, wat ervoor heeft gezorgd dat
er langs de rivier een zandvlakte ontstond.
Het ontstaan van Bodegraven
De eerste bewoners stichtten een nederzetting op de plaats waar een veenwatertje in de Oude Rijn stroomde, ongeveer 60 jaar na Christus. Dit was het allereerste begin van Bodegraven. De Oude Rijn was toen de noordgrens van het Oudromeinse rijk, en op verschillende plaatsen versterkt met forten. Nigrum Pullum, op de plaats van het huidige Zwammerdam was er eerder, maar later is er ook in Bodegraven een (houten) castellum gebouwd. Toen de Romeinen wegtrokken rond het jaar 260 werd het stil in 'Bodegraven'. Veel viel er niet meer te verdienen en er was geen bescherming meer van de Romeinen.
Dit heeft tot het de tijd van Karel de Grote geduurd (rond 800).
Waarschijnlijk is het dorp toen weer tot bloei gekomen, er is een kerkje
gesticht (gewijd aan de prediker Gallus) en er kwamen steeds meer huisjes bij.
Het leek allemaal toen de Vikingen na Dorestad (Wijk bij Duurstede) verder
trokken het westen in, dus ook Bodegraven moest er geregeld aan geloven. In de
tijd die daarop volgde startte de ontginning vanuit de Oude Rijn. Een graaf gaf
stukken land weg, die de boeren dan moesten ontginnen, zogenaamde copen (denk
aan Nieuwkoop) Wat er tegenover stond was een jaarlijkse belastingafdracht over
de opbrengsten van dat stuk land.
Bodegraven, vuurgevaarlijk?
Bodegraven heeft in het verleden nog eens te maken gehad met brand. In 1489
ging het dorp in vlammen op met de Hoekse en Kabeljauwse twisten (de ruzie
tussen dorpen en steden over wie de opvolger van de graaf van Holland moest
zijn. Later zijn er grote branden geweest bij invallen van Gelderse troepen in
Holland (in 1507 en 1512) Tot 1600 gaat het goed en bloeit Bodegraven weer op,
de omgeving kan goed drooggehouden worden met molens en dijken en het dorp is
een centrum voor touwslagerijen die touwen leveren voor de vloot van Prins
Maurits. Maar schepen gaan op stoom lopen en de vraag naar touwen neemt af.
Boeren schakelen over van de teelt van hennep naar veehouderij. Dit is het begin
van een bloeiende handel in kaas en het transport ervan. Totdat een brandje bij
een bakker uitgroeit tot een ramp: 2 doden, 100 huizen verwoest en 130 gezinnen
dakloos. De kerk en de brug blijven gespaard en het dorp is snel weer
heropgebouwd.
De Franse tijd
De Hollandse waterlinie was bedoeld om een bescherming voor Holland te zijn in oosten. In het zuiden lagen namelijk de grote rivieren al. Door een aantal polders onder water te zetten, werd het gewest Holland omgeven met een 'muur' van water. Op plekken waar deze linie cruciaal was werden er stevige forten aangelegd. De Wiericker Schans is er een van, onder andere ter bescherming van de sluizen van de waterlinie. In 1672 brak de oorlog uit en is de waterlinie in werking gesteld. Maar ja, als het vriest wordt water ijs en dan... Tot zover de beschrijving van de Bodegraafse geschiedenis.